Europa heeft de Turkse defensie-industrie nodig, maar de muur van arrogantie blijft staan

Spanje kiest voor de HÜRJET, Italië werkt met Baykar samen, Roemenië produceert Turkse pantservoertuigen en Portugal laat marineschepen in Turkije bouwen. De Turkse defensie-industrie wordt steeds belangrijker voor Europa, terwijl Ankara nog altijd buiten een groot deel van de Europese besluitvorming wordt gehouden.


Europa heeft de Turkse defensie-industrie nodig, maar de muur van arrogantie blijft staan

Europa kiest steeds vaker voor Turkse wapentechnologie, maar politiek verzet blijft

ANALYSE | Bewerkt door Mustafa Demir

De Turkse defensie- en luchtvaartindustrie groeide in korte tijd uit tot een internationale speler met een exportwaarde van ruim 10 miljard dollar. Van Spanje en Italië tot Polen, Roemenië en Portugal kiezen Europese landen steeds vaker voor Turkse drones, trainingsvliegtuigen, pantservoertuigen en marineschepen. Tegelijkertijd blijven belangrijke Europese besluitvormers terughoudend om Turkije als gelijkwaardige strategische partner te behandelen.

Nog geen tien jaar geleden kwam Turkije in veel West-Europese media vooral in beeld vanwege politieke spanningen, economische problemen, mensenrechtenkwesties en conflicten met de Europese Unie.

Dat beeld is inmiddels aan het veranderen.

Toonaangevende Europese kranten, persbureaus en denktanks schrijven steeds vaker over de snelle opkomst van de Turkse defensie-industrie. De aandacht gaat daarbij uit naar Turkse drones, oorlogsschepen, pantservoertuigen, elektronische oorlogsvoering en rakettechnologie.

De Franse krant Le Monde beschreef de spectaculaire groei van de Turkse wapenindustrie. De Financial Times analyseerde hoe Turkije zijn vizier op de Europese defensiemarkt heeft gericht. Reuters berichtte uitgebreid over de samenwerking tussen het Turkse Baykar en het Italiaanse Leonardo.

Europa kan de ontwikkeling niet langer negeren. De Europese veiligheidsbehoefte en de Turkse productiecapaciteit komen steeds dichter bij elkaar.

Daarmee wordt ook een fundamentele Europese tegenstrijdigheid zichtbaar: de vraag naar Turkse technologie neemt toe, maar de politieke bereidheid om Turkije als gelijkwaardige strategische partner te behandelen blijft achter.

Defensie-export stijgt boven 10 miljard dollar

De Turkse defensie- en luchtvaartexport bereikte in 2025, inclusief dienstverlening, een waarde van ongeveer 10,5 miljard dollar.

Volgens het Turkse voorzitterschap voor de defensie-industrie telt de sector inmiddels meer dan 4.000 bedrijven en ruim 100.000 werknemers.

Turkije voorziet daardoor niet langer alleen in de behoeften van zijn eigen krijgsmacht. Het land exporteert drones, munitie, radarsystemen, communicatieapparatuur, pantservoertuigen en marineschepen naar Europa, Azië, Afrika en het Midden-Oosten.

Volgens de nieuwste cijfers van het Stockholm International Peace Research Institute, SIPRI, staat Turkije over de periode 2021–2025 op de elfde plaats van ’s werelds grootste exporteurs van zware conventionele wapens. Het Turkse aandeel in de wereldmarkt bedraagt volgens deze berekening 1,8 procent.

De SIPRI-ranglijst meet de overdracht van grote wapensystemen en is daarom niet rechtstreeks vergelijkbaar met de jaarlijkse financiële exportcijfers.

Op de SIPRI-lijst van de honderd grootste defensiebedrijven ter wereld staan inmiddels vijf Turkse ondernemingen: ASELSAN, Turkish Aerospace Industries, Baykar, Roketsan en het staatsbedrijf MKE.

Deze vijf bedrijven boekten in 2024 gezamenlijk 10,1 miljard dollar aan defensieomzet, een stijging van 11 procent ten opzichte van het voorgaande jaar.

Wat betekent het Turkse aandeel van 65 procent?

Regelmatig wordt gesteld dat Turkije 65 procent van de mondiale markt voor militaire drones in handen heeft.

Deze schatting is afkomstig van Baykar-topman Selçuk Bayraktar en verwijst naar een analyse van het Center for a New American Security. Het percentage betekent niet dat 65 procent van alle civiele en militaire drones ter wereld in Turkije wordt geproduceerd.

Het gaat voornamelijk om het aandeel van Turkse bedrijven in de internationale exportmarkt voor militaire onbemande luchtvaartuigen.

Baykar stelt dat het bedrijf zelf een marktaandeel van ongeveer 60 procent heeft. De TB2 en AKINCI zijn inmiddels aan tientallen landen verkocht.

Turkije wist daarmee door te dringen tot een markt die jarenlang werd gedomineerd door de Verenigde Staten, Israël en China.

Het voordeel van Turkse systemen zit niet uitsluitend in de prijs. Turkse drones zijn ingezet in onder meer Libië, Nagorno-Karabach en Oekraïne. Die operationele ervaring fungeert voor potentiële klanten als een belangrijk bewijs dat de systemen onder moeilijke omstandigheden bruikbaar zijn.

Daarnaast biedt Turkije vaak mogelijkheden voor lokale productie, technische opleiding, onderhoud en industriële samenwerking. Juist deze flexibiliteit maakt Turkse voorstellen aantrekkelijk voor Europese landen die hun eigen defensie-industrie willen versterken.

Spanje kiest voor HÜRJET

Een van de belangrijkste Europese doorbraken is de Spaanse keuze voor het Turkse HÜRJET-trainingsvliegtuig.

Spanje keurde een budget van 3,12 miljard euro goed voor de verwerving van maximaal 45 toestellen. De vliegtuigen moeten de verouderde Spaanse F-5-trainers vervangen.

Het programma gaat verder dan de levering van volledig in Turkije gebouwde vliegtuigen. Spaanse ondernemingen worden betrokken bij de aanpassing, integratie en lokale voltooiing van de toestellen.

Dat is een belangrijk detail. Turkije verkoopt Europa niet langer uitsluitend een eindproduct, maar wordt onderdeel van de Europese luchtvaart- en productieketen.

De Spaanse keuze laat bovendien zien dat Turkse bedrijven inmiddels ook concurreren op gebieden met een hoge technologische toegevoegde waarde.

Baykar en Leonardo bundelen hun krachten

De samenwerking tussen Turkije en Italië gaat nog een stap verder.

Baykar nam het bijna 140 jaar oude Italiaanse luchtvaartbedrijf Piaggio Aerospace over. Daarna richtte het samen met de Italiaanse defensiegigant Leonardo een joint venture op voor de ontwikkeling en productie van onbemande luchtvaartuigen.

De onderneming, LBA Systems, is voor de helft eigendom van Leonardo en voor de helft van Baykar. De Italiaanse overheid gaf in 2026 onder strategische veiligheidsvoorwaarden toestemming voor de samenwerking.

De productie en ontwikkeling moeten zowel in Italië als in Turkije plaatsvinden.

Leonardo en Baykar schatten dat de Europese markt voor militaire drones in de komende tien jaar kan oplopen tot ongeveer 100 miljard dollar.

De samenwerking moet een belangrijk Europees tekort aan moderne onbemande systemen helpen oplossen. Tegelijkertijd krijgt Baykar via Italië toegang tot Europese productiecapaciteit, certificering en afzetmarkten.

Het is een opvallende ommekeer: Europese landen die jarenlang terughoudend waren met het overdragen van defensietechnologie aan Turkije, halen nu Turkse kennis naar Europa.

Turkse pantservoertuigen uit een Roemeense fabriek

Ook op het gebied van landmachtmaterieel boekt Turkije grote successen.

Het Turkse Otokar sloot met Roemenië een contract ter waarde van ongeveer 857 miljoen euro voor de levering van 1.059 COBRA II-pantservoertuigen.

De eerste 278 voertuigen worden in Turkije gebouwd. De overige 781 exemplaren moeten in Roemenië worden geproduceerd.

In mei 2026 werd het eerste in Roemenië geproduceerde voertuig gepresenteerd. Daarmee werd een door Turkse ingenieurs ontwikkeld pantservoertuig voor het eerst op grotere schaal binnen de Europese Unie geproduceerd.

Het project levert Turkije niet alleen exportinkomsten op. Ook Turkse engineering, productiekennis en onderhoudscapaciteit krijgen via Roemenië een vaste plaats binnen de Europese en NAVO-toeleveringsketens.

Polen bestelt elektronische oorlogssystemen

Polen was in 2021 het eerste EU- en NAVO-land dat de Turkse Bayraktar TB2 aanschafte. Die aankoop opende een belangrijke toegangspoort naar Midden- en Oost-Europa.

Daarna tekende ASELSAN een contract van 410 miljoen dollar met het Poolse bewapeningsagentschap voor de levering van geavanceerde systemen voor elektronische oorlogsvoering.

Dat contract toont aan dat Turkije niet alleen relatief zichtbare platforms zoals drones en pantservoertuigen exporteert.

Ook gevoelige technologieën op het gebied van radar, communicatie, elektronische ondersteuning en elektronische aanval maken inmiddels deel uit van het Turkse exportaanbod.

Portugal laat marineschepen in Turkije bouwen

Ook Portugal, een van de traditionele maritieme landen van Europa, koos voor Turkse technologie.

Onder leiding van het Turkse STM worden twee bevoorradings- en logistieke ondersteuningsschepen voor de Portugese marine gebouwd.

Dat een EU- en NAVO-land de bouw van militaire schepen aan een Turks bedrijf toevertrouwt, onderstreept het niveau dat de Turkse scheepsbouw heeft bereikt.

In Turkije bevinden zich momenteel tientallen militaire schepen voor de eigen marine en buitenlandse klanten in verschillende fasen van ontwerp en bouw.

Ook wordt gewerkt aan het eerste nationaal ontworpen Turkse vliegdekschip, MUGEM. Berichten dat dit schip binnen één jaar operationeel zou worden, zijn echter niet correct. Volgens de huidige planning moet het schip rond 2027 te water worden gelaten en wordt de overdracht aan de marine rond 2032 voorzien.

Turkse grensbewakingstechnologie naar Europa

De Turkse technologische export blijft niet beperkt tot klassieke wapensystemen.

Het Turkse bedrijf MS SPEKTRAL ontwikkelde de NOMAD-X TH, een mobiel röntgensysteem waarmee vrachtwagens en containers kunnen worden gecontroleerd zonder dat zij eerst hoeven te worden gelost.

Het systeem combineert transmissie- en backscattertechnologie en kan worden ingezet bij grensovergangen, havens en douaneterreinen.

Na een project in Litouwen meldde het bedrijf ook een opdracht in Tsjechië te hebben gewonnen. De waarde en volledige omvang van de Tsjechische opdracht zijn nog niet onafhankelijk openbaar gemaakt. Daarom moet deze ontwikkeling voorlopig worden beoordeeld op basis van de bedrijfsverklaring.

Een brede industriële basis

De groei van de Turkse defensie-industrie kwam niet uit het niets.

Turkije groeide uit tot een van de belangrijkste Europese productiecentra voor bedrijfswagens, witgoed, staal, machines, elektronica, zonnepanelen en auto-onderdelen.

De ervaring die in deze sectoren is opgebouwd met metaalbewerking, elektronica, software, mallen, motoronderdelen en grootschalige productie vormt de industriële basis onder de defensiesector.

Het belangrijkste Turkse voordeel is niet het bestaan van enkele grote bedrijven, maar het bredere ecosysteem van hoofdaannemers, middelgrote ondernemingen, universiteiten, technologische instituten en onderzoekscentra.

Toch is volledige technologische onafhankelijkheid nog niet bereikt. Voor sommige vliegtuigmotoren, aandrijfsystemen, halfgeleiders en hoogwaardige materialen blijft Turkije afhankelijk van buitenlandse leveranciers.

De volgende uitdaging is daarom duidelijk: Turkije moet zijn succes in complete platformen uitbreiden naar motoren, sensoren, chips en geavanceerde materialen.

Is de Europese houding alleen arrogantie?

Vanuit Turks perspectief wordt de houding van West-Europa vaak als arrogant en inconsequent ervaren. Voor die beoordeling bestaan begrijpelijke redenen.

Europa heeft vanwege de Russische dreiging behoefte aan Turkse militaire capaciteit, munitie, drones, productievolume en strategische positie aan de Zwarte Zee.

Tegelijkertijd blijft Turkije grotendeels buiten de Europese besluitvorming en financiering op defensiegebied.

Binnen het Europese SAFE-programma van 150 miljard euro gelden strenge voorwaarden voor bedrijven uit landen buiten de Europese Unie. In beginsel moet minstens 65 procent van de componentwaarde afkomstig zijn uit de EU, de Europese Economische Ruimte of Oekraïne.

Voor ruimere Turkse deelname is een aparte veiligheids- en defensieovereenkomst met de Europese Unie noodzakelijk.

Zo ontstaat een situatie waarin Turkije wel wordt geacht bij te dragen aan de veiligheid van Europa, maar geen gelijkwaardige toegang krijgt tot de financiële en politieke instrumenten waarmee het Europese defensiebeleid wordt vormgegeven.

Toch is het te eenvoudig om alle Europese terughoudendheid uitsluitend als culturele of politieke arrogantie te beschrijven.

Europese regeringen willen ook hun eigen bedrijven, technologie en werkgelegenheid beschermen. Met name Frankrijk wil voorkomen dat honderden miljarden euro’s aan nieuwe Europese defensie-uitgaven bij niet-Europese fabrikanten terechtkomen.

Daarnaast bestaan er echte politieke geschillen. De kwestie-Cyprus, spanningen in het oostelijke Middellandse Zeegebied, de Turkse aanschaf van Russische S-400-systemen en Europese zorgen over de rechtsstaat en democratie hebben het wederzijdse vertrouwen beschadigd.

De Europese houding is daarmee een combinatie van economische belangen, strategische onzekerheid, politieke conflicten en de wens om de opkomst van een nieuwe concurrent beheersbaar te houden.

Europa vormt geen eensgezind blok

Het is belangrijk om niet over “Europa” te spreken alsof alle landen hetzelfde beleid voeren.

Italië en Spanje zoeken actief naar gezamenlijke productie en technologische samenwerking met Turkije. Polen en Roemenië nemen Turkse systemen op in hun nationale defensie-infrastructuur. Portugal laat marineschepen in Turkije bouwen.

Frankrijk, Griekenland en de Republiek Cyprus zijn daarentegen terughoudender over een grotere Turkse rol binnen de Europese defensiestructuren.

Duitsland bevindt zich vaak tussen economische en militaire noodzaak enerzijds en politieke bezwaren anderzijds.

De langdurige Duitse terughoudendheid rond de mogelijke levering van Eurofighter-toestellen aan Turkije was daarvan een duidelijk voorbeeld. Uiteindelijk verzachtte Berlijn zijn houding.

Ook Frankrijk lijkt zich inmiddels opener op te stellen tegenover samenwerking rond het Frans-Italiaanse SAMP/T-luchtverdedigingssysteem.

In de Duitse media verschenen daarnaast berichten over mogelijke Duitse belangstelling voor Turkse langeafstandsraketten. Er bestaat echter geen officieel bevestigd contract voor de aankoop van TAYFUN- of YILDIRIMHAN-raketten. Voorlopig gaat het om een gemelde strategische verkenning en niet om een afgeronde bestelling.

Europa weet niet wat het met Turkije wil

Daar ligt het grootste probleem in de relatie tussen Turkije en Europa.

Europa ziet Turkije graag als militaire NAVO-macht, migratiepartner, energieroute, productiecentrum en defensieleverancier. Tegelijkertijd wil het Turkije niet de politieke invloed geven die bij zo’n strategische positie hoort.

De relatie blijft bestaan omdat beide partijen elkaar nodig hebben, maar er ontbreekt een gezamenlijke politieke infrastructuur om haar werkelijk te verdiepen.

Zonder zo’n fundament kan Turkije steeds belangrijker worden voor de Europese veiligheid en tegelijkertijd steeds minder invloed hebben op de strategische besluiten die daarover worden genomen.

Europa kan dan Turkse wapens en technologie blijven aanschaffen, terwijl Ankara buiten de Europese veiligheidsarchitectuur wordt gehouden.

Op lange termijn is dat geen stabiel model.

Conclusie: de militaire praktijk verandert sneller dan de politiek

Turkije is niet langer een defensiemarkt die Europa eenvoudig kan negeren.

Het land ontwikkelt eigen technologie, levert systemen die in de praktijk zijn beproefd, biedt gezamenlijke productie aan en beschikt over de industriële capaciteit om grote bestellingen uit te voeren.

HÜRJET in Spanje, COBRA II in Roemenië, ASELSAN-systemen in Polen, STM-schepen voor Portugal en de samenwerking van Baykar met Piaggio Aerospace en Leonardo laten zien dat de verhoudingen veranderen.

Binnen delen van de West-Europese politiek bestaat nog altijd een hiërarchische en afstandelijke houding tegenover Turkije. Maar de veiligheidsrealiteit dwingt Europa tot een nieuwe benadering.

De Europese defensie kan niet uitsluitend worden versterkt met de bestaande productiecapaciteit in Parijs, Berlijn en Brussel.

Ook Turkije heeft huiswerk. Het land moet zijn technologische onafhankelijkheid verdiepen, zorgen over de rechtsstaat en institutionele betrouwbaarheid verminderen en zijn relatie met Europa uit de sfeer van tijdelijke onderhandelingen halen.

De belangrijkste vraag is daarom niet meer óf Europa de Turkse defensie-industrie nodig heeft.

De werkelijke vraag is of Europa Turkije uitsluitend wil gebruiken als leverancier wanneer dat noodzakelijk is, of bereid is het land te behandelen als een strategische partner met een gelijkwaardige plaats aan tafel.

De Europese krijgsmachten en bedrijven bewegen steeds duidelijker in de richting van samenwerking. De politieke besluitvormers blijven voorlopig achter.

©TURKİNFO.NL