Het Turkse onderwijs, dat in 2004 door bezuinigingen uit het curriculum werd geschrapt, zet Turkse kinderen klem tussen integratie en assimilatie.
De inspanningen van vrijwillige instellingen en individuen kunnen de structurele tekortkomingen niet volledig verhelpen.
Het Turkse onderwijs, dat werd geschrapt door een besparing van 70 miljoen euro door Nederland, zou opnieuw moeten worden ingevoerd voor de taal- en culturele identiteitsrechten van de kinderen.

ANALYSE DOOR: İLHAN KARAÇAY:
De Nederlandse regering schrapte in 2004 het Turkse onderwijsprogramma voor Turkse kinderen uit het curriculum om 70 miljoen euro te besparen op het onderwijsbudget. Veel opvoeders en ouders verklaarden destijds dat dit niet alleen een financiële zet was, maar ook een verwaarlozing met ernstige culturele gevolgen.
Twintig jaar later hebben de ontwikkelingen deze zorgen meer dan gerechtvaardigd. Het onvermogen van Turks-Nederlandse kinderen om hun moedertaal Turks voldoende te leren, heeft niet alleen geleid tot een gebrek aan taalvaardigheid; het heeft hen ook verwijderd van hun identiteit, culturele verbondenheid en, vooral, van hun wortels. Deze tweetalige kinderen, die opgroeien binnen het onderwijssysteem, ervaren aan de ene kant het verlies van hun moedertaal en lopen aan de andere kant het risico dat ze zich niet volledig kunnen aanpassen aan de samenleving waarin ze zich bevinden.
Dit probleem gaat verder dan een eenvoudig onderwijsprobleem en is uitgegroeid tot een maatschappelijke kwestie die het delicate evenwicht tussen integratie en assimilatie verstoort. Sommige Turkse instellingen in Nederland proberen vrijwillig taalonderwijs aan te bieden om te voorkomen dat kinderen hun Turkse taal vergeten, maar deze inspanningen schieten tekort in het bieden van een structurele oplossing. Dit gebrek heeft een negatieve invloed op het zelfvertrouwen, de culturele identiteit en de uitdrukkingsvaardigheden van Turkse kinderen. Het resultaat is een generatie die gevangen zit tussen twee culturen en die “noch volledig Nederlands, noch volledig Turks” is.
Hoewel deze beslissing van de Nederlandse regering, die werd genomen met het oog op besparingen, primair was bedoeld om het begrotingstekort te verminderen, zijn de maatschappelijke kosten op de lange termijn veel hoger gebleken. Deze benadering, die de ontwikkelingsvoordelen van tweetaligheid negeert en culturele diversiteit meer als een last dan als een rijkdom beschouwt, vormt niet alleen een bedreiging voor de toekomst van Turkse kinderen, maar ook voor de Nederlandse samenleving. Vandaag de dag, als een blijvend deel van de Turkse gemeenschap in Europa, is het noodzakelijk dat Ankara diplomatieke en praktische oplossingen biedt om kinderen die in Nederland opgroeien in staat te stellen hun moedertaal en culturele identiteit te behouden.
Voor Turkse kinderen moet moedertaalonderwijs opnieuw een plaats krijgen zodat ze de Turkse taal, die een belangrijk onderdeel van hun identiteit is, volledig kunnen leren. Taal is niet alleen een communicatiemiddel, maar ook de drager van cultuur en een essentieel onderdeel van identiteit. Daarom is het van cruciaal belang dat Turkse kinderen die in Nederland opgroeien, het recht hebben om onderwijs in hun eigen taal te ontvangen, zodat toekomstige generaties niet alleen als individuen, maar ook als onderdeel van een hechte gemeenschap sterk kunnen blijven.
HELDEN DIE HUN HART AAN DE TURKSE TAAL HEBBEN VERBONDEN: DE STRIJD OM HET TURKS ONDERWIJS IN NEDERLAND LEVEND TE HOUDEN
De Turkse gemeenschap in Nederland heeft sinds de afschaffing van het Turkse onderwijs in 2004 een sterk gevoel van solidariteit getoond om dit tekort te compenseren. Verenigingen, stichtingen en vrijwilligers hebben zich met toewijding ingezet om kinderen onderwijs in hun moedertaal te bieden. Vanaf de eerste jaren hebben de verenigingen die als pioniers met vastberadenheid en geloof aan deze strijd zijn begonnen, activiteiten georganiseerd, lessen gegeven en ondersteuningsprogramma’s opgezet om Turks als taal van identiteit en cultuur te behouden.
Een van de meest opvallende voorbeelden van deze inspanningen is de oprichting van ‘Hand in Hand voor Turks’, onder leiding van Prof. Kutlay Yağmur van Tilburg University. Ook ik heb de eer gehad om deel uit te maken van dit initiatief om onze taal te beschermen. De vastberadenheid en opoffering die deze vrijwillige organisaties en individuen tonen ondanks hun beperkte middelen, is niet alleen een symbool van toewijding aan het onderwijs van Turkse kinderen, maar ook aan het behoud van taal en cultuur.
Deze helden, die Turkse lesprogramma’s opzetten en zo een waarde creëren die van generatie op generatie wordt doorgegeven, fungeren als beschermers van de taal en identiteit die als bruggen dienen voor de Turkse gemeenschap in Nederland. Hun inspanningen en bijdragen zijn een van de meest waardevolle schatten voor de toekomst van onze gemeenschap.
HELDEN
Hieronder stel ik enkele organisaties en individuele vrijwilligers voor die actief zijn op het gebied van Turks onderwijs. Allereerst wil ik enkele namen noemen.
HOTIAD-voorzitter Hikmet Gürcüoğlu, zijn plaatsvervanger Faruk Halıcı, Latif Tuna, die verschillende activiteiten organiseert rond Turks onderwijs, Cezmi Doğaner, die in de eerste jaren met ministeries streed, Canan Gönençay, die bekend staat als kapitein van het Turkse onderwijs, Adil Akaltun, directeur van het Yunus Emre Instituut in Amsterdam, en STOC-voorzitter İsmail Ercan en Tulp-voorzitter Melek Yücel, die allemaal lofwaardige activiteiten uitvoeren. Mustafa Ayrancı rent van de ene rechtszaak naar de andere om rechtvaardigheid te verkrijgen.
Hieronder leest u korte uitspraken van degenen die actief zijn op het gebied van Turks onderwijs en die hiervoor strijden. Daarna volgt informatie over de activiteiten van de betrokken organisaties.

LATİF TUNA
“Met de invoering van de Basisonderwijswet in 1985 werd duidelijk dat buitenlandse gezinnen zich niet slechts tijdelijk in Nederland bevonden, maar hier zouden blijven. Hierdoor werd het belangrijk dat Nederlandse kinderen onderwijs kregen over de taal, religie en cultuur van hun buitenlandse leeftijdsgenoten. In de toekomst zouden deze kinderen immers zij aan zij werken: als collega’s, zakenpartners, academici, politici en wetenschappers. Daarom werd intercultureel onderwijs, oftewel geïntegreerd cultuuronderwijs, ingevoerd. Het was de taak van buitenlandse leerkrachten om dit onderwijs te verzorgen. Echter, deze lessen werden in het Nederlands gegeven, en er werd bezuinigd op de lessen in moedertaal en cultuur.
Begin jaren ’90 ontstond er een nieuwe discussie over een beleidswijziging. De toenmalige Staatssecretaris van Onderwijs verklaarde: ‘Mij interesseren de vlakten van Turkije of de bergen van Marokko niet. Deze kinderen moeten zo snel mogelijk Nederlands leren,’ en zette hiermee de eerste stap richting de latere afschaffing, veertien jaar later.
Het is een feit dat kinderen die hun moedertaal goed beheersen, het Nederlands sneller en beter leren. Daarom zou het belangrijk zijn dat zij hun moedertaal goed kunnen leren.
De laatste verandering vond plaats tussen 1998 en 2004. In het kader van het OALT (Onderwijs in Allochtone Levende Talen) werden lessen in het Nederlands voor de onder- en middenbouw ingevoerd, terwijl de bovenbouw leerlingen ook moedertaalonderwijs kregen. Deze ondersteuning voor het onderwijs in vreemde talen werd per 1 augustus 2004 afgeschaft na een besluit van het Parlement, waardoor ook de leraren die deze lessen verzorgden, hun baan verloren.
De grondlegger van het OALT-systeem was toenmalig Minister van Onderwijs Netelenbos. Bij de afschaffing van dit beleid verklaarde de voormalige Staatssecretaris Wallage: ‘Ons doel was integratie, niet assimilatie.’
De docenten die lesgaven, specialiseerden zich.
De docenten die begonnen met moedertaal- en cultuureducatie, ontwikkelden zich door achtereenvolgens veel verschillende cursussen te volgen. Deze varieerden afhankelijk van het type school waar de docenten werkten:
De cursus Nederlands, georganiseerd door het Nederlands Centrum Buitenlanders (NCB), was een cursus van 180 uur.
Na afloop van de cursus begon de drie maanden durende “Inburgerings- en kennismakingscursus met het Nederlandse schoolsysteem”.
De cursus volledig bevoegde lerarenopleiding bij de Nederlandse Pedagogische Academie, (één dag per week gedurende twee jaar).
De cursus Nederlands voor de educatie van kleuters, (vier maanden, één dag per week).
De moedertaal- en cultuureducatiecursus in het speciaal onderwijs, (één dag per week gedurende vier maanden).
De cursus Turkse cultuur en sociale leven, georganiseerd door de Faculteit der Letteren van de Universiteit Utrecht, (vier uur per week, 16 weken).
De cursus voor docentschap Turks examenonderwijs op middelbare scholen (Hogeschool Rotterdam).
De cursus Nederlandse taal (NT2-2 diploma, spreken, schrijven, luisteren, lezen).
De Nuts Academie, opleiding voor Turks docentschap in het voortgezet onderwijs (drie jaar).
Daarnaast zijn er collega’s die zich verder hebben ontwikkeld door af te studeren in vakgebieden zoals pedagogiek, orthopedagogiek, onderwijskunde, de Academie voor Schone Kunsten en taalkunde.
Op dit moment is er een Facebookpagina waar voormalige OALT-Turkse docenten met elkaar in contact blijven. Mehmet Ali Ocak en Muzaffer Yanık zijn hier actief. Muzaffer Yanık is docent aan de Pedagogische Academie in Breda.
“Als antwoord op de vraag ‘Wat voor voordelen kan het onze kinderen opleveren om Turks te leren?’ zou ik het volgende willen zeggen: De lessen zorgen ervoor dat onze kinderen niet vervreemd raken van hun eigen taal en cultuur, wat voorkomt dat ze in een cultuurcrisis belanden. Dit bevordert ook hun psychologische ontwikkeling. Het leren van de taal van het land waarin we wonen, is een onvermijdelijke noodzaak. Om goed Nederlands te kunnen leren, zal het eerst beheersen van onze moedertaal ons veel voordelen opleveren.”

HİKMET GÜRCÜOĞLU
“Als voorzitter van de Nederlandse Turkse Ondernemersvereniging (HOTIAD) heb ik weinig woorden, maar veel daden bij te dragen in deze kwestie. Hetgeen ik bijdraag, is financiële steun. Wij beschouwen het als onze plicht om als sponsor op te treden voor vele organisaties en vrijwilligers die zich inzetten voor deze zaak. Zoals elke Turkse burger hoop ik dat we onze rechten krijgen en zal ik met mijn vrienden degenen steunen die hiervoor strijden.”

FARUK HALICI
Onderzoek wijst uit dat leerlingen die hun moedertaal goed beheersen, succesvoller zijn in hun schoolcarrière. De Koninklijke Hoogheid Koningin MAXIMA benadrukte ook dat haar kinderen hun moedertaal, het Spaans (uit Argentinië), moesten leren en zij heeft dit gerealiseerd.
Tijdens de ondernemerschapsconferenties voor jongeren die ik heb georganiseerd, is me opgevallen dat hoogopgeleide jongeren zich niet goed kunnen uitdrukken in het Turks. Zij geven zelfs in privégesprekken de voorkeur aan het Engels als tweede taal, na het Nederlands. Jongeren met zo’n hoge opleiding zouden veel baat hebben bij het goed spreken van het Turks, wat ook hun carrière ten goede zou komen.
We kunnen onze jongeren hierin niet verwijten maken; wat niet wordt gegeven, kan niet worden verwacht. Maar omdat er geen Turkse lessen op school worden gegeven, en er thuis ook geen goed Turks wordt gesproken, blijft hun taalgebruik beperkt tot wat ze oppikken van televisie en sociale media. Deze kwestie moet grondig worden besproken om tot een oplossing te komen.”

MUSTAFA AYRANCI
Omdat ik geen gelegenheid had om de voorzitter van de HTIB, Mustafa Ayrancı, persoonlijk te spreken, wil ik kort zijn strijd in deze kwestie belichten. Ik noem het ‘strijd’, want Ayrancı heeft veel inspanningen geleverd en heeft herhaaldelijk de rechter moeten inschakelen.
Ayrancı sprak tijdens de receptie ter gelegenheid van de 60-jarige migratie en het 50-jarig jubileum van de HTIB over het belang van gelijkheid: “Gelijke rechten is niet alleen een strijd op straat of in vergaderzalen; een belangrijk aspect is ook juridisch en speelt zich af in rechtszalen. Onze rechtsstrijd voor moedertaalonderwijs heeft misschien niet altijd het gewenste resultaat gehad, maar onze successen, waaronder het vonnis tegen PVV-leider Wilders, bevestigen onze standpunten. Ondanks dat hij nog steeds invloed heeft, blijven we onrecht bestrijden en onze rechten opeisen.”

CEZMİ DOĞANER
“De wetsvoorstellen om het moedertaalonderwijs af te schaffen begonnen in 1995. Na 1995 hadden we gesprekken met de Minister van Onderwijs. Ik werd als woordvoerder gekozen door de Federatie IOT. Op het congres van de PvdA sprak ik met de minister: ‘We zijn tegen het afschaffen van moedertaalonderwijs en werken hier als Turkse organisaties samen aan,’ zei ik. De minister antwoordde: ‘We hebben afspraken gemaakt met uw organisaties, zij zullen het moedertaalonderwijs organiseren.’ Wij begrepen niet welke organisaties zij bedoelden.
In 2004, toen de Turkse lessen werden afgeschaft, kregen we te horen dat er geen budget was. Pas jaren later vernam ik dat een vertegenwoordiger van de ZAMAN-beweging had aangeboden om lessen te organiseren, mits zij de financiën ontvingen. De minister vertelde me: ‘Deze personen wilden vanaf het begin de organisatie van het Turkse onderwijs overnemen.’
OP HET GEBIED VAN TURKS ONDERWIJS
ACTIEVE INSTELLINGEN:
ONZE OVERHEID
Wanneer we het hebben over ‘steun voor het Turkse onderwijs’, moeten we uiteraard eerst de steun vermelden die door onze overheid in het buitenland is geïnitieerd.
















